Beginpagina > Nieuws > Beleidsnota Gatz onder de loep


Beleidsnota Gatz onder de loep

6 beleidsuitdagingen, gelezen door bril van de FOV

vrijdag 7 november 2014

Vlaams minister voor Cultuur, Sven Gatz, heeft zijn eerste beleidsnota bekend gemaakt. In vijf krachtlijnen, vijf beleidsambities en tien strategische doelstellingen schetst hij de contouren voor zijn beleidsperiode. In afzonderlijke bijdragen gaan we dieper in op zijn plannen rond het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk, het lokaal en provinciaal cultuurbeleid, de aandacht voor ondernemerschap en alternatieve financiering, zijn internationale agenda en het levenslang en levensbreed leren. In dit artikel groeperen we enkele andere beleidsuitdagingen, die ook van belang zijn voor de sector. Over de meeste deed de FOV ook in Veerkracht al concrete suggesties.

Een coherent vrijwilligersbeleid

Minister Gatz stelt het onomwonden: de sociaal-culturele sector en bij uitbreiding de culturele sector “zou niets zijn zonder de vrijwillige inzet van geëngageerde burgers”. Hij trekt dan ook het initiatief rond een gecoördineerd vrijwilligersbeleid naar zich toe. De minister belooft werk te maken van een traject met diverse stakeholders uit de verschillende betrokken domeinen.

De minister ziet hierbij twee belangrijke uitdagingen: een rem zetten op de toenemende bureaucratisering van het vrijwilligerswerk en een meer evenwichtige bescherming van vrijwilligers in de verschillende sectoren. De versnippering van expertise en informatiekanalen rond de ondersteuning zal aangepakt worden.

De FOV juicht deze stappen van de minister toe en is vragende partij om een aantal ideeën uit Veerkracht in een uitgebreid partnerschap met overheid en collega-sectoren verder vorm te geven.

Inzetten op kansengroepen zonder noties als diversiteitsbeleid en interculturaliteit

Wat betreft het kansengroepen- en diversiteitsbeleid refereert de beleidsnota vooral aan wat al in regeerakkoord stond.

Via cultuureducatie en aandacht voor Elders Verworven Competenties (EVC) wil de minister dat kwetsbare doelgroepen “extra worden gestimuleerd en kansen krijgen om deel te nemen aan leertrajecten door ingebouwde drempels aan te pakken”.

Het sociaal-cultureel werk krijgt hier een expliciete vermelding: “Ondertussen experimenteert het sociaal-cultureel vormingswerk met nieuwe educatievormen, en heeft het niet alleen aandacht voor het versterken van mensen maar ook voor het versterken van de samenleving in haar aandacht voor diversiteit en participatie.”

De minister wil voorts aansturen op meer impact rond een inclusief en duurzaam bereik van kansengroepen in alle geledingen van het cultureel werk. Hij zal daarnaast ook de culturele sectoren sensibiliseren over de belangrijke rol die ze spelen in geletterdheidsverhoging, bijvoorbeeld door praktijkvoorbeelden van oefenkansen Nederlands aan anderstaligen te stimuleren.

Verder benoemt de minister de uitrol van de UiTPAS (Paspartoe in Brussel, A-kaart in Antwerpen) in heel Vlaanderen als een zeer geschikt instrument om “in het bijzonder mensen in armoede” meer én anders te doen participeren. Het participatiedecreet dient te worden geactualiseerd met een betere afstemming tussen de domeinen jeugd, cultuur en sport.

Rond vrijetijdsparticipatie voor maatschappelijk kwetsbare groepen ziet de minister nood aan afstemming tussen de drie voornaamste Vlaamse hefbomen (met name de lokale netwerken vrijetijdsparticipatie, het Fonds voor vrijetijdsparticipatie en de UiTPAS).

Opvallend is dat de beleidsnota een sterke koppeling maakt met het armoedebeleid en dat noties als een diversiteitsbeleid en interculturaliteit niet meer voorkomen.

De bovenbouw herdefiniëren

De minister heeft plannen met de bovenbouw. Hij wil de rol van de steunpunten en koepels herdefiniëren. ‘Belangenbehartiging’ zegt de minister “een waardevolle opdracht” te vinden, maar “een zaak van de sector zelf”. De minister kondigt aan hierover het gesprek met de sector te zullen aangaan.

De sociaal-culturele sector wil dit gesprek alvast spoedig op een constructieve met de minister voeren.

Uitdagen tot innovatie

Dat innovatie een ‘trending topic’ is, blijkt ook uit de beleidsnota van de nieuwe minister. Het begrip komt maar liefst 41 keer voor in het document dat nog geen 50 bladzijden telt. Het is dan ook één van de vijf begrippen die de minister als bouwstenen voor zijn cultuurbeleid benoemt.

De minister wil “de culturele actoren actief stimuleren om proactief en ondernemend in te spelen op maatschappelijke, inhoudelijke en professionele uitdagingen (o.a. digitalisering, globalisering, superdiversiteit)”. Hij wil de culturele sector uitdagen om innovatieve vormen en benaderingen van productie, presentatie, participatie, financiering en organisatie te exploreren en te valoriseren.

Zeker op het vlak van business- en financieringsmodellen ziet de minister ruimte voor innovatie. Maar, stelt hij ook meteen, “deze modellen komen niet in de plaats van, maar naast subsidies te staan, met als doel de culturele sector slagkrachtiger te maken, en de samenleving nauwer te betrekken bij de cultuurpraktijk.”

Dit ligt in lijn met de ambitie van de minister om “de economische waarde van cultuur verder te valoriseren door samen te werken met actoren zoals het Agentschap Ondernemen, CultuurInvest, Flanders DC, het Overleg Creatieve Industrie, FIT en intermediaire organisaties.”

Sterke monitoring met de nadruk op relevantie

De “nood aan cijfers en data” staat ook tijdens dit beleid hoog op de agenda. Bovenal legt de minister nadruk op relevantie van dit materiaal, waarbij de ‘return’ zichtbaar moet worden in de sector én in het beleid. Om dit proces te optimaliseren zal de onderzoekagenda een gedeelde agenda zijn van alle betrokken actoren. Zo dient het hoger onderwijs zijn middelen voor cultuur- en kunstengerelateerd onderzoek meer veldgericht en in nauwere samenwerking en afstemming met de sector inzetten. Inspraak en overleg is dus van belang en het Cultuurforum2020 zal hiervoor een prominente plaats innemen.

Voor het sociaal-cultureel werk zal het traject van gegevensregistratie voortgezet worden. Zo wil de minister komen tot bruikbare gegevens waarmee de organisaties zelf aan de slag kunnen gaan (zelfevaluatie en benchmarking) en om bij te dragen aan een grotere zichtbaarheid van de sector.

De FOV beschikt, samen met de sector, al sinds 2007 over een gegevensregistratiesysteem (waaruit de jaarlijkse Boekstaven voortvloeit) en wordt nu ook betrokken bij de overdracht van deze werking naar de administratie. Dat dit niet tot bijkomende planlast mag leiden, spraken sector en administratie eerder al af. Zeker in deze tijden zal dit een bijzonder aandachtspunt zijn. De minister kondigt in de beleidsnota alvast de ontwikkeling van een “degelijke technische applicatie” aan.

Daarnaast wil de minister op zoek gaan naar een systeem dat de “gezondheid” van de sector meet. Een internationale vergelijkingsstudie is één van de mogelijkheden.

Brede kijk op infrastructuur

Infrastructuur voor sociaal-cultureel engagement; dat is waar de FOV voor pleitte in haar ambitiebundel Veerkracht. Zien we hier iets van terug in de beleidsnota van minister Gatz? De eerste passages daarover zijn voornamelijk gericht op de (grote) kunsthuizen en kleine en middelgrote culturele instellingen. Duurzaamheid, toegankelijkheid en samenwerking zijn daarin sleutelwoorden. Hij kijkt vanuit die bril ook naar het lokale niveau (bibliotheken en cultuurcentra).

Parallel aan onze suggestie in Veerkracht verwijst Gatz ook naar leegstaande religieuze gebouwen: “culturele en gemeenschapsvormende initiatieven lijken voor deze infrastructuur een interessante invulling. Ik zal onderzoeken hoe […] de lokale besturen een ondersteuning aan te reiken voor kwaliteitsvolle lokale infrastructuur.”

Maar de minister kijkt niet enkel naar gebouwen, maar ook naar digitale infrastructuur. Hij wil “de dialoog opstarten tussen culturele actoren en actoren die rond innovatie werken” (waaronder de Sociale Innovatiefabriek) en “waar mogelijk gebruik maken van faciliterende infrastructuur zoals VIAA en CultuurNet Vlaanderen.”

Voor de FOV is het inspelen op infrastructuurbehoeften voor het lokale verenigingsleven alvast één van de uitdagingen voor de volgende jaren. We vinden het goed dat de minister aandacht schenkt aan de problematiek. In Veerkracht zagen we nog meer mogelijkheden om creatief aan de slag te gaan met het delen van infrastructuur. We kijken uit naar de verdere uitwerking van de plannen.

Lees ook de verwante artikels:


Blijf op de hoogte: abonneer je op ons Digizine, of volg ons op Twitter.

De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0 | Disclaimer | Overzicht van de site | Privé-site | SPIP | OWA