Achtergrond
Waarom volle kracht vooruit?
Het sociaal-cultureel werk zit sinds 2009 mee in het besparingsbad van de Vlaamse regering. De sector leverde in 2009 en 2010 zonder morren een deel van de subsidies in. Gelijkmatig en geleidelijk, volgens het principe van de kaasschaaf. Maar het bleef niet bij deze ‘gewone’ besparingen. Een groot deel van de organisaties in de sector kreeg nog extra financiële opdoffers te verwerken. De Vlaamse regering zocht dringend extra middelen en haalde het grootste deel van zijn bijkomende cultuurbesparingen bij het sociaal-cultureel werk. Sommige organisaties verloren tot een derde van hun subsidie. De kaasschaaf werd een hakbijl.
Er is ook nog steeds veel te doen om de Interne Staatshervorming: de Vlaamse regering wil immers de verhoudingen tussen de gemeentebesturen, de provinciebesturen en de Vlaamse overheid wijzigen. Dit is van belang voor het sociaal-cultureel werk dat op al deze bestuursniveaus actief is. Planlastverlichting en efficiëntiewinsten, daar kan niemand tegen zijn, behalve als hiermee de rechten van organisaties worden geschonden. We zijn waakzaam en ongerust.
De sector roerde zich en het werd een hete herfst in 2010. Er volgde een stroom van acties en boze brieven. Onder de vlag ‘Warme samenleving? Koude leugen!’ betoogden we met z’n allen tegen het besparingsbeleid van de Vlaamse regering. Soms werd het conflict tot op het scherp van de snee in de media en in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement uitgevochten.
We willen een herhaling van het debacle van eind 2010 voorkomen. Daarom laten we luid en duidelijk verstaan dat de overheid in sociaal-cultureel werk moet blijven investeren. Sociaal cultureel werk versterkt het sociaal weefsel, draagt bij tot een gezonde democratie en biedt ontplooiingskansen voor iedereen. Net dié dingen zijn onontbeerlijk voor een vitale maatschappij in de 21ste eeuw. We zetten onze eis kracht bij met een online actie en massale petitie onder de noemer ‘Volle kracht vooruit’.
Meer technische info over de besparingen vind je in ons begrotingsdossier (pdf).
Sociaal-cultureel werk in cijfers
Het sociaal-cultureel volwassenenwerk bereikt op z’n eentje jaarlijks 10 miljoen deelnemers op de activiteiten. En dat aantal stijgt. Alleen de vormingsactiviteiten nemen al 320.000 deelnames voor hun rekening.
Vrijwillig engagement kan je bij het sociaal-cultureel volwassenenwerk niet wegdenken. Onze sector kan rekenen op de inzet van wel 200.000 vrijwilligers! 135.000 daarvan nemen een verantwoordelijkheid op als bestuurder in de organisatie.
Er zijn zo’n 14.000 afdelingen van verenigingen verspreid tot in elke uithoek van Vlaanderen en Brussel. Dat zijn er gemiddeld 43 per gemeente.
Meer straffe cijfers vind je in onze publicatie ‘Boekstaven 2010’. Je kan het boek hier bestellen.
In de lift
Groeicijfers van 9 tot 29 %
Uit onderzoek (Boekstaven, zie hoger) blijkt dat sociaal-culturele verenigingen en vormingsinstellingen in de lift zitten. De verenigingen tekenden de voorbije jaren (2007-2009) een groei op van 9 %. Het aantal deelnames aan activiteiten bedroeg in 2009 9,3 miljoen.
De sociaal-culturele vormingsinstellingen zagen hun deelnames tussen 2007 en 2009 zelfs met een kwart toenemen. De Vormingplus-centra, bijvoorbeeld – pas opgericht in 2005 – boekten de voorbije drie jaren een groei van 29%.
Verenigingsleven: een onderschat aanpassingsvermogen?
De (groei)cijfers druisen in tegen het gangbare beeld van het afkalvende verenigingsleven. Ze bevestigen dat ook organisaties met een lange staat van dienst zich aanpassen aan nieuwe maatschappelijke omstandigheden. Organisaties als Okra, Pasar, HVV of Welzijnsschakels ontwikkelen een aanpak die ook nieuwe deelnemers aantrekt. Dat het sociaal-cultureel werk daarbij kort op de bal speelt bij maatschappelijke thema’s, is daar wellicht niet vreemd aan. Acties als Equal Pay Day of Donderdag Veggiedag, bijvoorbeeld, raken een gevoelige snaar en krijgen bijval.
Financiën van de sector
Het sociaal-cultureel volwassenenwerk heeft een totale omzet van ruim 172 miljoen euro. Het subsidie-aandeel bedraagt slechts 51 procent. Elke euro die de overheid in de sector investeert, levert dus louter economisch al meer dan het dubbele op.
De subsidies die afkomstig zijn vanuit het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk vertegenwoordigen op zich 28 procent van de inkomsten. Naast de circa 50 miljoen euro uit het decreet, verzamelde het sociaal-cultureel volwassenenwerk in 2009 nog ongeveer 20 miljoen euro aan (veelal niet-structurele) andere subsidies. De rechtstreekse inkomsten van de leden/deelnemers/donateurs stonden garant voor ruim 63 miljoen euro.
De verhouding subsidies/eigen inkomsten illustreert niet alleen het draagvlak in de brede samenleving, maar maakt meteen ook het vliegwieleffect van de subsidies duidelijk: een beperkte subsidiegroei vertaalt zich in een exponentieel grotere tewerkstelling. Maar dus doet ook het omgekeerde zich voor: een relatief beperkte afbouw van subsidies, betekent een exponentieel verlies aan banen. Organisaties werken voortdurend op het scherp van de budgettaire snee om hun maatschappelijke doelstellingen maximaal uit te voeren.
Met zijn 1.930 personeelsleden draagt de sector een loonkost die 135 procent bedraagt van de structurele subsidie uit het decreet.


