De wet op het auteursrecht bepaalt dat je in sommige gevallen een vergoeding moet betalen voor het reproduceren of gebruiken van kunstwerken. Bijvoorbeeld bij het afspelen van muziek op een sociaal-culturele activiteit. Het is onmogelijk elke kunstenaar of uitvoerder te contacteren met een vraag voor toestemming om een werk te reproduceren of te gebruiken. Daarom stelde de wetgever voor sommige vormen van het auteursrecht een collectief beheer van de rechten in. Het collectieve beheer van deze rechten gebeurt door zogenaamde beheersvennootschappen.
De kunstenaars of uitvoerders die recht hebben op een vergoeding laten zich veelal door een beheersvennootschap vertegenwoordigen. De gebruiker van het kunstwerk betaalt een vergoeding aan de beheersvennootschap. In ruil hiervoor krijgt de gebruiker de toestemming het kunstwerk te gebruiken.
In de praktijk zal je dus bijvoorbeeld voor een lezing in publiek uit werk van een auteur een vergoeding aan een beheersvennootschap betalen. De beheersvennootschap zorgt er via een verdelingsmechanisme voor dat alle auteurs en andere rechthebbenden de vergoeding ontvangen.
Enkele bekende beheersvennootschappen zijn:
Omwille van een mogelijke monopoliepositie, bepaalde de wetgever dat een controle op de beheersvennootschappen mogelijk moet zijn. Meer informatie over deze controle vind je op de website van de FOD Economie, dienst Intellectuele eigendom.
Op 10 december 2009 kwam een wet tot stand die een transparantere werking van de beheersvennootschappen oplegt en, indien nodig, sancties bij onregelmatigheden mogelijk maakt. De wet trad op 1 april 2010 in werking.