Beginpagina > Nieuws > Bovenbouw: eerst draagvlak in kaart, dan knopen doorhakken


Bovenbouw: eerst draagvlak in kaart, dan knopen doorhakken

maandag 9 oktober 2017

In december wil Vlaamse cultuurminister Gatz de knopen rond de “bovenbouw” doorhakken. Intussen laat hij door twee externe begeleiders de standpunten in kaart brengen. Dat moet tot een helderder beeld van de gewenste situatie leiden. Ook de parlementsleden zetten tijdens een gedachtewisseling in de cultuurcommissie enkele pionnen op het speelveld. De minister wil realistisch omgaan met het draagvlak.

Al in juli zette minister Gatz enkele bakens uit (zie eerdere berichtgeving): hij formuleerde een zestal uitdagingen ter hervorming van het landschap van steunpunten en belangenbehartigers. Op 19 september nodigden de parlementsleden hem nogmaals uit om hierover van gedachten te wisselen.

De minister herhaalde dat alvast met de interne reorganisatie van het departement Cultuur, Jeugd, Media (CJM) is gestart. “Dit is”, zo zei de minister “grotendeels een interne aangelegenheid”. De omvorming van het Kunstenloket tot Cultuurloket zal ook op 1 januari operationeel zijn. Bij de Septemberverklaring maakte hij overigens bekend hier één miljoen euro extra voor te willen uittrekken in 2018.

Voor de andere uitdagingen rekent hij op het rapport dat het duo Koen Van Dyck en Yves Larock op 1 december aflevert. Aan deze externe begeleiders vroeg hij om een helder beeld te schetsen van de gewenste situatie, de diverse standpunten in kaart te brengen en aan te geven hoe een en ander verder kan worden gefaciliteerd.

Toen was het aan de parlementsleden om hun pionnen op het bord te zetten. We overlopen enkele elementen uit hun tussenkomsten (nvdr: de Open VLD-fractie was niet aanwezig).

Brouwers (CD&V): de noden van de sector als leidraad

Karin Brouwers (CD&V) vroeg zich meteen af wat de minister met deze ingreep eigenlijk wil oplossen: het zijn niet de verwachtingen van de overheid die een leidraad voor de hervorming moeten vormen, maar de verwachtingen en noden van de sector zelf, zo betoogde ze. Zij voelde aan dat sectoren vrij tevreden zijn over hoe hun bovenbouw vandaag is georganiseerd. Het uitgangspunt van de minister om opnieuw in te zetten op ondersteuning van lokale en regionale praktijken, kreeg bij haar instemming, maar zij sloot zich aan bij het SARC-advies (zie eerdere berichtgeving) om er een aparte structuur of netwerk van te maken: niet sectoraal afgebakend, maar ondersteunend voor de diverse sectoren.

Volgens parlementslid Brouwers moet de minister ervoor zorgen dat het nieuwe Cultuurloket goed samenspoort met Scwitch. Verder ontwikkelde zij een onderbouwd pleidooi voor een “adequate en op maat ondersteuning” van elke belangenbehartiger. Ze spoorde de minister aan om voldoende tijd vrij te maken om draagvlak te creëren.

Meremans/Coudyser (N-VA): geen breed steunpunt Cultuur

Marius Meremans (N-VA) hield evenwel zijn voet op het gaspedaal: in 2019 gaan de nieuwe gemeentebesturen van start. Zij zouden toch moeten weten waar zij terecht kunnen met hun vragen. Daarom moeten het regionaal cultuurdecreet en het lokaal/regionaal steunpunt best zo snel mogelijk samen worden geregeld. Het parlementslid toonde zich geen voorstander van een breed steunpunt sociaal-cultureel werk (minister Gatz herformuleerde het als een “steunpunt cultuur”). Ook hij zag meer heil in een horizontaal, sectoroverschrijdend steunpunt of netwerk.

Zijn fractiegenote Cathy Coudyser vulde aan met de suggestie dat het Forum voor Amateurkunsten, samen met de VVSG, de trekkersrol van de lokale/regionale ondersteuning op zich zouden kunnen nemen. In het algemeen vroeg ze de minister ook om de enveloppes van de steunpunten te objectiveren: wat is de impact op het terrein? Zijn er scheeftrekkingen? Geen besparingsoefening, wel een efficiëntie-oefening, zo vatte Marius Meremans het samen.

Segers (sp.a): rolverdeling administratie - steunpunten

Ook Katia Segers (sp.a) stelde zich de waarom-vraag: op basis van welke sectornoden wil de minister hervormen? Zelf voelde ze niet aan dat er in de sectoren veel aandrang was voor een grondige hervorming. Ze waarschuwde ook voor het efficiëntie-denken: enkele jaren geleden kende de bovenbouw een “gigantische besparing die nu nog wordt verwerkt”. Het parlementslid wees er ook op dat de reorganisatie van de administratie geen louter interne aangelegenheid is: er is volgens haar een duidelijke afbakening nodig ten opzichte van de rol van de steunpunten, waarbij het departement in de eerste plaats het beleid (en niet de sector) moet ondersteunen.

Ook zij brak een lans voor een horizontaal steunpunt of netwerk voor de lokale/regionale praktijken. “Haast u langzaam” zo adviseerde ze de minister. Gebrek aan overleg is volgens haar “de beste basis om een hervorming te laten mislukken”.

Caron (Groen): eigenheid van werkvormen als basis

Bart Caron (Groen) getuigde dat er de laatste jaren veel bespaard en hervormd is in de bovenbouw: “als elke minister opnieuw het warm water uitvindt, versterkt dit de sectoren niet”. Het parlementslid vond het belangrijk dat bij de hervorming de scheiding van rollen tussen de overheid, de steunpunten, de belangenbehartigers en andere dienstverleners overeind zouden moeten blijven. Tegelijk moet telkens goed worden nagegaan wat de eigenheid van sectoren en werkvormen is en welke vorm van ondersteuning zij nodig hebben.

Bart Caron is principieel voor het onrechtstreeks subsidiëren van belangenbehartigers. Voor de culturele sector ziet hij immers geen andere oplossing: “de schaal van de belangenbehartigers moet groot genoeg zijn en in relatie staan tot de middelen van de sectoren”. Hij noemde zich “heel ongerust” over de hervormingen in het departement, vooral omdat hij merkt dat heel wat waardevolle mensen vertrekken. En tot slot: ook bij hem een pleidooi voor een haalbare timing, die gebouwd is op een draagvlak voor de hervorming. Vandaag is dat draagvlak er niet, zo meende hij, en “tegen hevige stormen kan je niet roeien”.

Gatz: Politieke inspanningen afmeten aan resultaten

Minister Gatz luisterde aandachtig naar de tussenkomsten en antwoordde kort. Voor het antwoord op de waarom-vraag, verwees hij naar het regeerakkoord, maar hij zag tegelijk inhoudelijke redenen en stelde ook wel “eigenbelang en conservatisme” vast.

“Ik heb gehoord dat de noodzaak aan een hervorming van de bovenbouw niet zeer breed gedragen is”, besloot hij, terwijl hij eraan toevoegde dat hij zijn politieke inspanningen afmeet aan de resultaten. Hij ziet drie inhoudelijke lijnen bovendrijven:

  • Er moet een duidelijk zicht zijn op het databeheer over de sectoren heen;
  • De opstart van het Cultuurloket staat in de sterren geschreven;
  • Het regiodecreet en de invulling van de hervorming van de bovenbouw sporen samen.

Voor alle andere aspecten en vragen, stelde hij voor het rapport van Van Dyck en Larock af te wachten.

FOV: de stem van de leden

Hoe kijkt het sociaal-cultureel volwassenenwerk naar deze hervormingsplannen? We vroegen het rechtstreeks aan onze organisaties, via een digitale enquête. Op 20 oktober, tijdens onze Algemene Vergadering, bespreken we met hen de resultaten. Zo worden ook de meningen van die organisaties waarvoor de bovenbouw aan de slag is, in de denkoefeningen en debatten meegenomen.


Blijf op de hoogte: abonneer je op ons Digizine, of volg ons op Twitter.

De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0 | Disclaimer | Overzicht van de site | Privé-site | SPIP | OWA