Elke beleidsperiode worden de organisaties die subsidies ontvangen door de overheid geëvalueerd. Met de wijziging van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk in 2008 werd de wijze van evalueren van de erkende en/of gesubsidieerde organisaties grondig vernieuwd. Voortaan zou de concrete werking centraal staan en krijgen de organisaties bezoek van een visitatiecommissie. De decreetgevers tekenden bovendien een procedure van woord en wederwoord uit waarbij organisaties voor hun beoordeling een beroep kunnen doen op een second opinion van de beroepscommissie.
De evaluatieprocedure ziet er elke beleidsperiode als volgt uit:
- elke organisatie krijgt in de loop van de beleidsperiode bezoek van een visitatiecommissie
- de visitatiecommissie brengt na haar bezoek een verslag uit, waarin de bevindingen worden gemotiveerd en eventueel aanbevelingen worden gedaan
- de organisatie kan schriftelijk commentaar leveren op het visitatieverslag
- het visitatieverslag, samen met het commentaar van de organisatie, de controle van de voortgangsrapporten, begrotingen, financiële verslagen,… vormen de basis voor het eindevaluatieverslag vanwege de administratie
- tegen dit eindevaluatieverslag kan de organisatie eventueel een bezwaarschrift indienen
- de administratie beslist of ze haar beslissing herziet of integendeel het bezwaarschrift naast zich neerlegt
- als de administratie het bezwaarschrift naast zich neerlegt, kan de organisatie haar dossier aanhangig maken bij een speciaal daartoe opgerichte beroepscommissie
- de beroepscommissie brengt, via de administratie, advies uit aan de minister
- de minister neemt een eindbeslissing op basis van het hele dossier
Samenstelling
De beroepscommissie is samengesteld uit maximaal vijf deskundigen. De leden van de beroepscommissie worden door de minister aangewezen uit een lijst van personen, voorgesteld door Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk.