Opleidingscheques

Uit Boekstaven Beleidsjaarboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Ingrijpende beslissing

Vanaf 1 augustus 2010 verandert het systeem van opleidingscheques voor werknemers drastisch. De cheques kunnen enkel nog gebruikt worden voor beroepsopleidingen die arbeidsmarkt gericht zijn en erkend zijn binnen het stelsel van het Betaald Educatief Verlof of zich situeren binnen een persoonlijk ontwikkelingsplan (in het kader van loopbaanbegeleiding). Opleidingen moeten minstens 32 uur duren. De besparingsoperatie druist lijnrecht in tegen de bedoeling van de Vlaamse regering om competenties, waar ook verworven, te honoreren. Ook de sociaal-culturele sector wordt hard getroffen. De opleidingen van de sociaal-culturele vormingsinstellingen en van de volkshogescholen zijn niet langer automatisch erkend binnen het systeem. Slechts een beperkt aantal opleidingen komt nog in aanmerking.

De nieuwe regeling wordt eind augustus 2010 ietwat ‘gefinetuned’. Concreet betekent dit voor de sociaal-culturele sector dat opleidingen die dezelfde inhoud aanbieden als het volwassenenonderwijs (CVO’s) of de ondernemersopleidingen (Syntra’s) in aanmerking komen voor het gebruik van de opleidingscheques. De norm van 32 uur wordt verlaten en enkel als richtinggevend gehanteerd.

Coalitie FOV, VVC, Forum van Amateurkunsten en DKO

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk, het deeltijds kunstonderwijs (DKO), de cultuur- en gemeenschapscentra en de amateurkunsten slaan de handen in elkaar. Ze verspreiden een persbericht waarin de chaos, de onduidelijke communicatie vanwege de overheid, de plotse financiële drempel bij de deelnemers, de daling van het aantal inschrijvingen bij organisaties... aangekaart wordt. Met een artikel in Knack “Minister Muyters versus Dirk Verbist, directeur van de FOV” als gevolg. Volgens Dirk Verbist staat de maatregel haaks op het stimuleringsbeleid van de Vlaamse overheid rond competenties.

Onbehoorlijk bestuur

De FOV dient een klacht in bij de Vlaamse Ombudsdienst over de manier waarop de maatregel wordt uitgevoerd. Tijdens de vergadering van de Commissie Werk van het Vlaams Parlement van 14 oktober doet de Vlaamse ombudsman een opmerkelijke bijdrage. De ombudsman spreekt zich in de commissie niet uit over de beleidsbeslissing zelf. Wel roept hij, ten eerste, op om voortaan duidelijk en tijdig te communiceren. Ten tweede hebben, volgens de ombudsman, zowel de sector als de cursisten een punt als zij aandringen op een meer genereus overgangsrecht. Tot slot stelt de ombudsman vast dat de overheid tijd probeert te sparen door de maatregel voor te stellen als louter een begrotingsmaatregel. Op die manier omzeilt ze immers de verplichting om over de wijziging van de regels allerlei adviezen te vragen.

Eerste effecten

De cijfers van 2010 geven een eerste beeld van de effecten van de inperking van de opleidingscheques. Vlaams parlementslid Jan Laurys (CD&V) stelt hierover een parlementaire vraag. Het gebruikersprofiel is ‘jong’, ‘vrouw’ en ‘hooggeschoold’. Laaggeschoolden en ouderen worden onvoldoende bereikt. Forse verliezers zijn cursussen muziek (- 85 %), beeldende kunst (-70 %) en personenzorg (-50 %). Zowel Kathleen Helsen (CD&V) als Jan Laurys blijven minister Muyters bevragen over de effecten van de verandering, met parlementaire tussenkomsten op respectievelijk 22 en 28 april.

Verlenging beslissing

Begin juni 2010 kondigt minister Muyters een verlenging van het huidige systeem aan met één schooljaar. De FOV, de VVC, Codibel (comité van directeurs van de academies beeldende kunsten) en het Forum voor Amateurkunsten sturen de minister een brief met de vraag betrokken te worden in een meer fundamenteel debat over opleidingscheques.

Documenten