Uit Boekstaven Beleidsjaarboek
Inhoud |
1. De Interne Staatshervorming
2010 is het jaar waarin de Vlaamse regering, op initiatief van minister Geert Bourgeois, uitpakt met de Interne Staatshervorming. Een groenboek met een onduidelijk luik “doorbraken” zet de FOV aan tot het schrijven van een standpunt. De ongerustheid blijft echter niet beperkt tot de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Het middenveld trekt aan de alarmbel. Als gevolg van het protest wordt het eerder vooropgestelde tijdschema verlaten. Het groenboek zal pas tegen Pasen 2011 een witboek worden.
Het groenboek
De Vlaamse overheid, de gemeenten en de provincies vormen samen de ruggengraat van Vlaanderen. Hun onderlinge taken en bevoegdheden zijn echter onvoldoende homogeen en herkenbaar afgebakend, aldus de Vlaamse regering. Minister Bourgeois wil op het einde van de regeerperiode komen tot een vereenvoudigd Vlaams bestuurlijk landschap. De krijtlijnen voor deze hervorming werden reeds uitgezet in het Regeerakkoord en het groenboek Interne Staatshervorming. Een formulering van de uitgangspunten volgde in de beleidsnota Binnenlands Bestuur van minister Bourgeois. De hervorming van het bestuurlijke landschap zal ook gevolgen hebben voor de sociaal-culturele sector. Het sociaal-culturele werkveld is immers op de verschillende bevoegdheidsniveaus betrokken partij. Het verenigingsleven en de volkshogescholen kennen bijvoorbeeld een stevige lokale en provinciale verankering. Daarom maakt de FOV een standpuntnota, die ruim wordt verspreid.
Het standpunt van de FOV is een snelle reactie op het groenboek, maar zeker niet de enige. Het regent in 2010 vanuit diverse organisaties - en vanuit de provincies - standpunten, opmerkingen en zelfs acties tegen de interne staatshervorming. Het Vlaams Parlement wil de stemmen van de verschillende stakeholders horen en organiseert daarom een hele reeks hoorzittingen. De FOV komt twee keer aan het woord. Een eerste keer voor de Commissie Bestuurszaken als lid van de Verenigde Verenigingen en een tweede keer voor dezelfde commissie, aangevuld met leden van de Commissie Cultuur, als de FOV in combinatie met het Forum voor Amateurkunsten.
De standpunten missen hun effect niet. Omwille van de vele reacties en het korte tijdspad, dienen de commissieleden een resolutie over het groenboek Interne Staatshervorming in. Minister Bourgeois wil zich houden aan de resolutie en zal eerst alle elementen op een rijtje zetten. Concreet betekent dit:
- de adviezen en standpunten van de diverse organisaties zullen thematisch gebundeld en beantwoord worden. Deze antwoorden zullen ook bezorgd worden aan de Commissie Binnenlands Bestuur;
- op basis daarvan zal de minister een stappenplan uitwerken voor de verdere aanpak;
- het tijdspad wordt bijgevolg verlengd, maar de afspraak met de Vlaamse regering is om knopen door te hakken omtrent de visie op de interne staatshervorming (deel 1 en deel 2 van het groenboek) tegen de paasvakantie 2011 (april);
- pas na dit akkoord over de visie, wordt verder gepraat over de “doorbraken” en de gevolgen per beleidsdomein en voor de betrokken sectoren.
De minister benadrukt dat het in geen geval de bedoeling is om middelen te schrappen, enkel om te verschuiven tussen de bestuursniveaus.
Op 8 april 2011 wordt het witboek interne staatshervorming goedgekeurd. Het afgesproken participatieparcours wordt echter sterk met de voeten getreden en ‘de Verenigde Verenigingen’ schrijft een brief.
De scherpte van de reactie van ‘de Verenigde Verenigingen’ is zelden gezien: “De plotse goedkeuring van het Witboek is een aanfluiting van een formele afspraak. De gevoerde aanpak holt de begrippen ‘Groenboek’ en ‘Witboek’ helemaal uit en ondermijnt de geloofwaardigheid van de participatieve aanpak die de Vlaamse Regering hanteert”.
Het witboek
Het witboek bevat de krijtlijnen voor een grote bestuurlijke hervorming die de bevoegdheden van de lokale besturen sterk uitbreidt. In het groenboek werd nog een strakke aflijning beoogd tussen ‘grondgebonden’ en ‘persoonsgebonden’ materies. De persoonsgebonden materies, waaronder cultuur, zouden in principe niet meer door de provincies kunnen worden opgenomen. Dit uitgangspunt is in het witboek grotendeels verlaten.
De Vlaamse overheid stuurt de lokale besturen aan door middel van beleidsprioriteiten. Op sommige van deze prioriteiten zullen gemeenten verplicht inzetten. Bij andere prioriteiten kiest het lokale bestuur zelf om er al dan niet aan mee te werken.
Gevolgen voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk
“De subsidiëring van landelijke organisaties sociaal-cultureel volwassenenwerk gebeurt op één niveau (Vlaamse overheid) in plaats van op twee niveaus (Vlaamse overheid en provincies)” zo staat te lezen in het witboek van de Vlaamse regering. Dit betekent dat de provincies zich terugtrekken uit de structurele ondersteuning van landelijke organisaties voor sociaal-cultureel volwassenenwerk.
olgens het witboek zal dit een aanzienlijke planlastvermindering opleveren voor de betrokken organisaties. Zij zullen maar één dossier moeten doorsturen naar één overheid. Omdat op Vlaams niveau net een nieuwe beleidsperiode is gestart, voorziet het witboek in overgangsperiodes. Provincies zullen wél nog projectmatig kunnen ondersteunen wanneer organisaties bijvoorbeeld een gebiedsgericht project of een project naar een bijzondere doelgroep opzetten.
En de verdeling van de middelen?
Het witboek stelt dat een verschuiving van de taken ook gepaard moet gaan met een verschuiving van de middelen. “Dit is essentieel om te vermijden dat bepaalde sectoren of organisaties omwille van een bestuurlijke wijziging minder middelen zouden ontvangen. De interne staatshervorming is immers geen besparingsoperatie.” De overheid wil deze operatie in eerste instantie financieren met middelen uit het provinciefonds. Indien dit niet volstaat, zullen de provinciale opcentiemen op de onroerende voorheffing naar verhouding worden afgetopt.
Participatie
Het witboek dringt erop aan dat lokale besturen aandacht schenken aan participatie. Concrete richtlijnen geeft het witboek echter niet. “Deze participatie moet ook niet enkel sectoraal worden opgevat, maar kan generiek (in functie van het strategisch meerjarenplan) of op projectmatige basis (bijvoorbeeld heraanleg van het openbaar domein)”.
2. Planlastvermindering
Aan het verhaal over het groenboek en het witboek is ook een luik planlastvermindering gekoppeld. De FOV heeft heel wat bemerkingen op het ontwerpdecreet planlastvermindering voor lokale besturen. We vatten ze samen in een standpunttekst:
Het FOV-Standpunt
De sector van het sociaal-cultureel volwassenwerk kant zich geenszins tegen een planlastvermindering voor de lokale besturen. Waar administratieve overlast en betutteling een feit zijn, moeten deze kunnen worden verminderd. Wel stellen we ons vragen bij de juiste praktische invulling van dit ontwerpdecreet. Het ontwerpdecreet planlastvermindering roept vragen op omdat het wellicht kansen schept, maar ook weinig kapstokken biedt om de lokale participatie te verzekeren, de lokale aandacht voor het sociaal-culturele volwassenenwerk te behouden, en de financiële situatie van het sociaal-cultureel volwassenenwerk te garanderen.
Het sociaal-cultureel volwassenenwerk wordt reeds jaar en dag geroemd voor zijn belangrijke rol in de sociale cohesie, voor het aanzetten tot burgerschap, de ontplooiing van individuen en het tegengaan van de verzuring in de maatschappij. De basis van veel van deze successen bevindt zich op het lokale niveau. De FOV vindt het dan ook noodzakelijk om optimaal betrokken te worden bij verdere besprekingen van beleidsprioriteiten, impulssubsidies en een herwerking van het decreet lokaal cultuurbeleid.
Het voorontwerp van het planlastdecreet wordt goedgekeurd door de Vlaams regering op 8 april 2011. Bedoeling is dat de nieuwe gemeentebesturen na de lokale verkiezingen van 12 oktober 2012 met minder Vlaamse planlast kunnen starten.
Op 9 juni 2011 beantwoordt Cultuurminister Schauvliege enkele vragen van Bart Caron (Groen!), Paul Delva (CD&V) en Lieven de Handschutter (N-VA). De antwoorden van de minister geven alvast een vrij geruststellend beeld op de aanpassing van het decreet lokaal cultuurbeleid. Het decreet lokaal cultuurbeleid moet immers ten gevolge van de invoering van het planlastdecreet aangepast worden. De antwoorden van de minister lichten een tip van de sluier over haar ambities met het decreet lokaal cultuurbeleid.
Deze ambities worden verder bevestigd op 17 juni tijden de junitoer van Locus: Lien Verwaeren (adviseur van minister Schauvliege) presenteert de eerste voorstellen van beleidsprioriteiten voor het lokaal cultuurbeleid. De prioriteiten zijn, zoals ze nu voorliggen, een goede mix tussen continuïteit enerzijds en vernieuwende samenwerkingen tussen gemeenten en het vrij initiatief anderzijds.
Belangrijke insteken voor onze sector
De voorgestelde wijziging van het decreet lokaal cultuurbeleid voorziet in een aantal instapvoorwaarden voor gemeenten die zich in het decreet willen inpassen. Zo is er bijvoorbeeld de vereiste voor een gemeente om te beschikken over een bibliotheek en een cultuurcentrum. Er zijn ook voorwaarden rond coördinatie, een minimale investering in verenigingen en instellingen en participatie bij het strategisch meerjarenplan. Daarnaast formuleert het kabinet-Schauvliege vier algemene beleidsprioriteiten:
- inzetten op gemeenschapsvorming;
- inzetten op participatie aan kansengroepen;
- inzetten op de ondersteuning van verenigingsleven en vrijwilligerswerk;
- inzetten op een ruim en divers cultureel landschap, dus ook aandacht voor nieuwe verenigingsvormen, individuele kunstenaars, erfgoed en kunsten.
Prioriteiten voor het cultuurcentrum
Ook bij de prioriteiten voor cultuurcentra zien we raakvlakken met het sociaal-cultureel werk:
- inzetten op een ruim en divers aanbod;
- inzetten op cultuurparticipatie met het oog op publieksverbreding en publieksverdieping;
- actieve ondersteuning van/samenwerking met de amateurkunsten en socioculturele verenigingen;
- cultuureducatie.
Participatie
Het decreet lokaal cultuurbeleid zal ook een hoofdstuk bevatten rond participatie en adviesverlening. Er blijft een verplichting om een adviesorgaan op te richten waarin zowel alle verenigingen en organisaties met vrijwilligers, alle organisaties en instellingen met professionelen, als deskundigen uit de gemeenten vertegenwoordigd moeten zijn.
Nog niet definitief
De voorgestelde beleidsprioriteiten zijn nog niet definitief. Er zal - in samenspraak met de verschillende sectoren - verder aan gewerkt worden door het kabinet.
Documenten
- FOV-standpunt Interne Staatshervorming
september 2010 - Groenboek Interne Staatshervorming
juli 2010 - Verslag gedachtewisseling groenboek Interne Staatshervorming
Commissie Binnenlands Bestuur
29 oktober 2010 - Insteek 'de Verenigde Verenigingen' voor gedachtewisseling groenboek Interne Staatshervorming
september 2010 - Verslag gedachtewisseling groenboek Interne Staatshervorming
Commissie Binnenlands Bestuur
9 december 2010 - Verslag gedachtewisseling groenboek Interne Staatshervorming
Commissie Binnenlands Bestuur
16 december 2010 - Resolutie betreffende het groenboek Interne Staatshervorming
17 november 2010 - Witboek Interne Staatshervorming
8 april 2011 - Brief van 'de Verenigde Verenigingen' aan de minister-president en de viceminister-presidenten
over de aanpak van de Interne Staatshervorming
6 april 2011 - FOV-standpunt planlastvermindering
maart 2011 - Vraag om uitleg van Bart Caron tot minister Joke Schauvliege over de lancering van de eerste voorstellen in het kader van het decreet Lokaal Cultuurbeleid
Commissie Cultuur
9 juni 2011 - Eerste voorstellen van beleidsprioriteiten voor het lokaal cultuurbeleid (Kabinet Schauvliege)
juni 2011 - Decreet planlastvermindering
15 juli 2011