De verenigingen

Uit Boekstaven Beleidsjaarboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Sociaal-culturele verenigingen zijn netwerken van lokale of categoriale afdelingen en groepen. Een afdeling of groep is een duurzame en zelforganiserende verzameling van vrijwilligers die verantwoordelijkheid opnemen voor de bestuurlijke en inhoudelijke werking van (een afdeling van) een vereniging. De vrijwilligers worden vanuit een landelijk en eventueel een regionaal secretariaat ondersteund door een of meerdere professionele medewerkers. In 2010 zijn 55 organisaties door de minister van Cultuur erkend en gesubsidieerd als sociaal-culturele vereniging. Samen groeperen ze ongeveer 14.000 lokale afdelingen of kernen, een gemiddelde van ongeveer 43 afdelingen per gemeente.

Inhoud

Start nieuwe beleidsperiode: evaluatie erkende verenigingen en dossiers kandidaat-verenigingen

In 2011 begint een nieuwe beleidsperiode voor organisaties uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk. In 2010 wordt de evaluatieprocedure van de beleidsperiode 2006-2010 afgerond.

Drie verenigingen (Het Vlaamse Kruis, Verbond VOS-Vlaamse Vredesvereniging en LVZ-Vormingsdienst) ontvangen bij afronding van deze evaluatie een negatief eindverslag van de administratie. Zij gaan de volgende beleidsperiode in met een vermindering van 10 % op de subsidie-enveloppe.

De start van de beleidsperiode geeft ook aan nieuwe organisaties de kans om onderdak te vinden in het erkende en gesubsidieerde sociaal-cultureel volwassenenwerk. De sector mag vier nieuwe verenigingen verwelkomen: Oxfam Wereldwinkels, Actiedorpen Roemenië Vlaanderen, de Vlaamse Volkstuin en VOSOG Scouting voor volwassenen2. In mei 2010 maakt minister Schauvliege deze nieuwe erkenningen bekend. De vier verenigingen staan vanaf dan meteen voor een volgende opdracht: tegen 1 oktober van hetzelfde jaar dienen zij een subsidiedossier in. De opmaak van een beleidsplan neemt hierin een centrale plaats.

Opmerkelijk is dat één van de drie negatief beoordeelde verenigingen, Het Vlaamse Kruis, een aanvraag voor een erkenning als gespecialiseerde vormingsinstelling indient. Zij is meteen de enige ‘nieuwe’ vormingsinstelling die een erkenning krijgt (zie ook hoofdstuk 12 - de landelijke vormingsinstellingen).

1 april 2010 is dan weer een belangrijke datum voor verenigingen die kandidaat zijn om het speciale statuut van ‘starter’ te krijgen. Want in het eerste en het derde jaar van de beleidsperiode geeft het decreet de kans om twee (beperkte) startsubsidies van 50.000 euro (+index) toe te kennen. Organisaties die de startsubsidie ontvangen, hebben tijd tot de volgende beleidsperiode om zich te ontwikkelen tot een volwaardige vereniging.

Vijf organisaties dienen een aanvraag in voor het statuut van starter. De minister beslist in het najaar van 2010 om geen enkele organisatie een startsubsidie toe te kennen.

Alle andere organisaties (op enkele migrantenfederaties na, zie onder) dienen eveneens een subsidiedossier in tegen 1 oktober. Deze beleidsplannen moeten voldoen aan de vernieuwde voorwaarden zoals ze gelden sinds de decreetwijziging uit 2008 (afgeslankt beleidsplan, nieuwe beoordelingselementen).

Verenigingen voor migranten

De migrantenverenigingen kenden een aparte regeling, maar vanaf de start van de nieuwe beleidsperiode in 2011 valt dit onderscheid in de regelgeving weg. Dit is het moment waarop de erkennings- en subsidievoorwaarden gelijk lopen met die van de andere verenigingen. De migrantenfederaties dienden dus tegen 15 februari 2010 een erkenningsdossier in.

Twee organisaties kiezen voor een samenwerkingsverband (een vzw van vzw’s). Zij dienen samen één erkenningsdossier in. Op die manier vragen in totaal 13 migrantenfederaties een erkenning aan. Hierop volgt een erkenningsinspectie.

Negen van de 13 migrantenfederaties die een erkenningsdossier indienen, krijgen een erkenning als vereniging. Dit betekent dat zij vanaf 2011 als sociaal-culturele vereniging verankerd zijn in de regelgeving.

Vertegenwoordigers van de migrantenfederaties, de administratie en het kabinet, zitten hierover op 10 juni 2010 met minister Schauvliege samen. Zij is bereid een alternatief te zoeken voor de vier niet-erkende organisaties. Dit resulteert in een decreetwijziging, die op 25 november 2010 wordt goedgekeurd. De vier organisaties die de erkenning niet haalden, krijgen een verlenging van de overgangsmaatregel, maar niet zonder sancties. Enerzijds is er een financiële sanctie van 20% op hun subsidie (tot het jaar waarin zij een erkenning behalen). Anderzijds kunnen zij ten vroegste vanaf 2013 erkend worden.

Deze decreetwijziging is ook noodzakelijk om, aldus de indieners in de toelichting bij het voorstel, “de vaststelling van de subsidieenveloppen van de erkende verenigingen van migranten in overeenstemming brengen met de realiteit van hun werking”. Achter deze - eerder wat cryptische - zin schuilt een harde realiteit: een aantal van de negen erkende organisaties start de nieuwe beleidsperiode met een pak minder middelen dan voorheen.

Verantwoordingsstukken

De verenigingen ontvangen een brief van de administratie met de richtlijnen voor het indienen van het voortgangsrapport 2010-2011. Omdat 2011 een bijzonder jaar is in de beleidsplancyclus, maakte de FOV hierover afspraken met de administratie. Het bijzondere is dat het “terugblikken” slaat op het laatste jaar van de vorige beleidsperiode en het “vooruitblikken” op het eerste jaar van de huidige beleidsperiode. De afspraken komen erop neer dat de verenigingen het voortgangsrapport 2010-2011 kunnen stofferen met een afzonderlijk werkingsverslag en jaarplan, zonder de koppeling tussen beide te maken.

De vier landelijk erkende migrantenverenigingen moeten zoals voorheen een jaarverslag en een jaarplan opstellen. Voor hen verandert er niets.

Experimentenregeling

In 2011 maakt minister Schauvliege geen budget vrij voor de experimentenregeling. Dit is het tweede jaar op rij dat de minister de bepaling in het decreet rond de projectoproep negeert.

DAC

Op 16 juni ontvangen de verenigingen een brief over de DAC-herverdeling. De brief bevat het trekkingsrecht van de organisatie. Organisaties die subsidies zullen ontvangen vanaf januari 2012 krijgen een ander soort brief dan zij die subsidies zullen moeten afstaan (zie hoofdstuk 14 - Tewerkstelling).

Aftopping ongedaan gemaakt

Voor een aantal verenigingen, die bij de start van het decreet op basis van de regels konden instappen met een hoger subsidiebedrag, bleken er in 2004 onvoldoende middelen te zijn. Hun subsidie werd bijgevolg afgetopt. Zij zouden geruime tijd moeten wachten om dit euvel opgelost te zien. In 2009 werd al een eerste inhaalbeweging doorgevoerd. Uit de stukken blijkt dat uiteindelijk in 2011 de aftopping helemaal ongedaan is gemaakt.

Documenten